vrijdag 27 september 2013

Ik ben een trein



Look at me, I'm a train on a track
I'm a train, I'm a train, I'm a chucka train, yeah
Look at me, got a load on my back
I'm a train, I'm a train, I'm a chucka train, yeah

Look at me, I'm going somewhere
I'm a train, I'm a train, I'm a chucka train, yeah
Look at me, I'm going somewhere
I'm a train, I'm a train, I'm a chucka train, yeah

Been a hard day, yes, it has been a hard day
Yes, it has been a hard day, yes, it has
I'm a train, I'm a chucka train, I'm a chucka train
I'm a train, I'm a chucka train, chucka train, yeah

Look at me, I'm a train on a line
I'm a train, I'm a train, I'm a chucka train, yeah
Look at me for the very last time
I'm a train, I'm a train, I'm a chucka train, yeah



Het puttertje

 

Carel Fabritius, Het puttertje (1654)
Paneel; 33,5 x 22,8 cm
Mauritshuis, Den Haag

Donna Tart: "Ik heb veel andere schilderijen overwogen. Al was deze wel het eerste en ben ik bij deze impuls gebleven. Om een aantal redenen werkt dit schilderij het beste. Het is zo klein dat Theo het in een tas kan meenemen. Ook spreekt de afbeelding van een vogeltje een kind aan. Manet heeft een aantal kleine schilderijen gemaakt met bloemen, maar die zeggen een jongetje als Theo niets. Het feit dat het een levend wezentje is weer wel."

The plot: A young boy in New York City, Theo Decker, miraculously survives an accident that takes the life of his mother. Alone and determined to avoid being taken in by the city as an orphan, Theo scrambles between nights in friends’ apartments and on the city streets. He becomes entranced by the one thing that reminds him of his mother: a small, mysteriously captivating painting that soon draws Theo into the art underworld. 
Composed with the skills of a master, The Goldfinch is a haunted odyssey through present-day America. It is a story of loss and obsession, survival and self-invention, and the enormous power of art."

Donna Tart, Het Puttertje
De Bezige Bij; 2013; 928 pp.; Vertalers:Sjaak de Jong, Arjaan van Nimwegen, Paul van der Lecq.

***


In 1654 schilderde Fabritius deze distelvink, herkenbaar aan het rood in de kop en het felle geel in de zwarte vleugel. Deze vogeltjes waren vanouds populair als huisdier. Ook dit exemplaar leefde in gevangenschap. Het zit vast met een ketting. Vaak werd distelvinken een kunstje geleerd: met een emmertje moesten ze zelf hun drinkwater putten uit een bakje of glas. Daaraan dankte het vogeltje ook zijn bijnaam: puttertje. 
Het schilderijtje was vermoedelijk bedoeld als een trompe-l'oeil. Het moest hoog hangen, wat duidelijk blijkt uit de onderste halfronde zitstok die we van onderaf zien. Zo van een afstandje zou een onbevangen toeschouwer even kunnen denken dat er een echt vogeltje zit.