dinsdag 22 april 2014

Piraterij (Somalië)

.
Onlangs zag ik Tineke Netelenbos namens de vereniging van reders een pleidooi houden voor het bewapenen van koopvaardijschepen ter bescherming tegen piraterij. Dit voorstel was op dat moment in de Tweede Kamer verworpen, m.n. door haar partijgenoten van de Partij van de Arbeid. Ze deed er heel zielig over en Pauw en Witteman leefden met haar mee. Probleem is dat de PvdA geen bewapende particuliere beveiligers wil meesturen. Anderzijds kunnen kleine koopvaardijschepen zich de kosten van beveiliging door Nederlandse mariniers niet permitteren.

Vanavond hoorde ik daarover een ander geluid, namelijk van Femke Wolting (afb. hieronder) die zich er terdege in verdiept heeft en er zelfs een documentaire over gemaakt heeft, deels animatiefilm. Echter vanuit het oogpunt van een plaatselijke, Somalische piraat (en zijn ouders).
Dat werpt een genuanceerd licht op het hele probleem. Het boeiende interview met haar is hier te beluisteren (vanaf minuut 5,35):
http://www.ntr.nl/player?rbid=276043&ssid=424

Volgens Wolting is de piraterij zo goed als voorbij, dank zij het feit dat veel koopvaardijschepen tegenwoordig bewapend zijn. Zij noemt haar film die deze week in première gaat, dan ook: Last Hijack. Maar de (inter)nationale misstanden zijn niet voorbij...
Zij maakt duidelijk in het interview waarom de PvdA-fractie au fond gelijk heeft. Je moet geen particuliere beveiligers laten meevaren – die maken er een potje van. Ietwat gechargeerd gezegd: die schieten op alles wat los en vast zit. Kunnen (of willen) geen visser van een piraat onderscheiden.
Bewapening an sich is o.k. maar wel als militaire discipline, dus van overheidswege.

zaterdag 19 april 2014

Pedofielenvereniging verboden

RECHTBANK ASSEN

Sector civiel recht 

Beschikking van 27 juni 2012

in de zaak van

HET OPENBAAR MINISTERIE,
dat woonplaats kiest in 's-Gravenhage,
verzoeker,
en voor wie optreedt als officier van justitie bij het parket in Assen mw. mr. dr. M.E. Meijer,

tegen

de vereniging
VERENIGING MARTIJN,
die statutair gevestigd is in Hoogeveen,
verweerster,
en voor wie als advocaat optreedt mr. B.C. Swier.

Partijen worden hierna het Openbaar Ministerie en de Vereniging Martijn genoemd.

1.  De procedure
1.1.  Het verloop van de procedure blijkt uit:
-  het verzoekschrift, ingekomen ter griffie van de rechtbank op 16 december 2011;
-  het verweerschrift, ingekomen ter griffie van de rechtbank op 10 mei 2012;
-  het door het Openbaar Ministerie toegezonden rapport "Gerapporteerde problemen van slachtoffers van seksueel misbruik in de kindertijd";
-  de door de Vereniging Martijn toegezonden kamerstukken;
-  de mondelinge behandeling op 16 mei 2012 en de daarbij overgelegde pleitaantekeningen.

1.2.  Ten slotte heeft de rechtbank bepaald dat vandaag de beschikking wordt gegeven.

2.  De beoordeling
2.1.  Het Openbaar Ministerie verzoekt de rechtbank de Vereniging Martijn verboden te verklaren en te ontbinden. Dat verzoek grondt het Openbaar Ministerie op art. 2:20 BW. Het Openbaar Ministerie verzoekt de rechtbank verder om een vereffenaar te benoemen, niet zijnde één van de bestuursleden van de Vereniging Martijn en te bepalen dat een eventueel batig saldo na vereffening wordt uitgekeerd aan de Staat. Het Openbaar Ministerie verzoekt de rechtbank tot slot de beschikking uitvoerbaar bij voorraad te verklaren.

2.2.  Het Openbaar Ministerie stelt daartoe, samengevat weergegeven, dat de Vereniging Martijn kinderen bedreigt in hun lichamelijke, emotionele en seksuele integriteit en de rechten en vrijheden van deze kwetsbare groep aantast. Het Openbaar Ministerie stelt dat dit op een zodanige wijze plaatsvindt dat er strijd is met de openbare orde in de zin van art. 2:20 BW.

2.3.  Het verweer van de Vereniging Martijn strekt tot afwijzing van alle verzoeken. De Vereniging Martijn weerspreekt daartoe bepaalde door het Openbaar Ministerie aan het verzoek ten grondslag gelegde feiten. De Vereniging Martijn voert tot haar verweer verder aan, samengevat weergegeven, dat zij niet verboden kan worden verklaard op grond van niet strafbare uitingen of op haar website openbaar gemaakte niet strafbare afbeeldingen. Voor het overige doet zij een beroep op de vrijheid van meningsuiting. De Vereniging Martijn verzoekt de rechtbank om de beschikking niet uitvoerbaar bij voorraad te verklaren, gelet op de complicaties die kunnen ontstaan bij het instellen van hoger beroep en het volgens haar declaratoire karakter van de te geven beschikking.

2.4.  Ten aanzien van de in dit verband tussen partijen opgekomen geschilpunten overweegt de rechtbank als volgt.

2.5.  Art. 2:20 BW brengt met zich dat de rechtbank de Vereniging Martijn verboden moet verklaren en haar ontbinding moet uitspreken als blijkt dat de werkzaamheid van de Vereniging Martijn in strijd is met de openbare orde. Uit de wetsgeschiedenis en uit de rechtspraak volgt dat het begrip “werkzaamheid” in art. 2:20 BW de daden van de Vereniging Martijn betreft en/of de woorden die de Vereniging Martijn spreekt of schrijft.


2.6.  De rechtbank neemt bij de beoordeling van het verzoek in overweging dat gelet op art. 8 van de Grondwet en art. 11 van het Europees verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden, het recht van vereniging en vrije meningsuiting grondbeginselen van de Nederlandse rechtsstaat zijn. De rechtbank zal daarom art. 2:20 BW terughoudend toepassen en alleen strijd met de openbare orde aannemen als inbreuk wordt gemaakt op de algemeen aanvaarde grondvesten van ons rechtsstelsel (zie de MvA 17 476, p. 3).

2.7.  Het Openbaar Ministerie legt aan zijn verzoek uiteenlopende feiten en omstandigheden ten grondslag. Voor wat betreft het vaststellen van de werkzaamheid van de Vereniging Martijn in de zin van art. 2:20 BW slaat de rechtbank uitsluitend acht op de werkzaamheid van de Vereniging Martijn die voor een ieder kenbaar is of kan zijn geweest. Al wat het Openbaar Ministerie stelt en aanvoert ten aanzien van individuele bestuursleden en hun strafrechtelijke verleden wordt daarom niet in de beoordeling betrokken. De rechtbank zal evenmin acht slaan op uitingen van derden op het forum van de website van de Vereniging Martijn.

2.8.  Voor het vaststellen van de werkzaamheid van de Vereniging Martijn slaat de rechtbank in de eerste plaats acht op de informatie die de Vereniging Martijn op webpagina’s van haar website www.martijn.org geeft of tot kort voor het moment van indiening van het inleidende verzoekschrift in een daaraan voorafgaande lange periode van tijd heeft gegeven.

2.9.  De rechtbank slaat in de tweede plaats acht op uitingen van de Vereniging Martijn in andere media. Die uitingen betreffen interviews die bestuursleden hebben gegeven of andere publicitaire middelen die zij hebben gebruikt, bijvoorbeeld het plaatsen van videoblog's op de website www.youtube.com.

2.10.  De rechtbank betrekt een en ander in de beoordeling, omdat de uitingen op de webpagina's van de website www.martijn.org en datgene wat de bestuursleden namens de Vereniging Martijn openbaar maken, daden zijn van de Vereniging Martijn dan wel de woorden zijn die zij schrijft of die zij spreekt. Het betreft daarom de werkzaamheid van de Vereniging Martijn. Ten aanzien van de interviews en/of andere publieke uitingen van bestuursleden zoals die door het Openbaar Ministerie aan het verzoek ten grondslag zijn gelegd, overweegt de rechtbank dat deze uitingen aan de Vereniging Martijn mogen worden toegerekend als de bestuursleden zich laten interviewen in hun hoedanigheid van bestuurslid en/of zij zich, bijvoorbeeld in videoblog's, uiten namens de Vereniging Martijn.

2.11.  Het Openbaar Ministerie heeft in zijn verzoekschrift het op de webpagina's van de website www.martijn.org aangetroffen materiaal gerubriceerd en gecategoriseerd. Die categorisatie onderschrijft de rechtbank. Met het Openbaar Ministerie is de rechtbank van oordeel dat uit die categorisatie blijkt dat de Vereniging Martijn op de webpagina's van haar website uitdraagt dat:

(i) kinderen een lustobject zijn. Dit blijkt uit op de webpagina's van de website aangeboden materiaal dat geen andere bedoeling kan hebben dan om seksueel te prikkelen. Daartoe worden op de webpagina's afbeeldingen aangeboden van kinderen in uitdagende en seksueel getinte poses en worden op webpagina's teksten gepubliceerd waarin een expliciete beschrijving van seksueel contact tussen volwassenen en kinderen wordt gegeven;

(ii) met seksueel contact tussen volwassenen en kinderen niets mis is. In artikelen wordt in dit verband de stelling betrokken dat juist door het niet toestaan van seksuele relaties tussen volwassenen en kinderen, kinderen schade wordt berokkend. In artikelen wordt verder naar voren gebracht dat kinderen seksueel contact met volwassenen willen, dat kinderen dat seksuele contact daarom opzoeken en dat kinderen eigenlijk wensen dat hun ouders dat seksuele contact zouden toejuichen;

(iii) seksueel contact tussen volwassenen en kinderen verheerlijkt moet worden. Daartoe worden beschrijvingen gegeven van hoe fijn en prachtig seksuele contacten en relaties voor niet alleen de volwassene maar ook voor het kind zijn;

(iv) strafrechtelijke veroordelingen voor zedenmisdrijven met kinderen bespottelijk zijn;

(v) seksueel contact tussen volwassenen en kinderen heel "natuurlijk" is, kinderen dat seksuele contact zoeken, wensen en prettig vinden en seksueel contact en het fabriceren van kinderporno voor kinderen niet schadelijk hoeft te zijn.

2.12.  De Vereniging Martijn weerspreekt niet haar aldus te categoriseren uitingen op de webpagina’s van haar website. Zij voert daartegen aan dat haar website een nieuwsarchief is dat talloze, duizenden, citaten omvat en dat zij daarmee een specifiek beeld schetst over hoe anders er door veel mensen in de jaren tachtig van de vorige eeuw geschreven en gedacht werd over seksualiteit tussen volwassenen en kinderen, dat daarom publicatie van een en ander niet plaatsvindt ter seksuele prikkeling of om seks met jongeren goed te praten en dat aan de Vereniging Martijn niet denkbeelden van weleer mogen worden toegerekend.

2.13.  Hieruit en ook uit wat de Vereniging Martijn overigens tot haar verweer aanvoert, begrijpt de rechtbank dat het verweer er mede toe strekt tot een nuancering te komen van het door het Openbaar Ministerie geschetste beeld van de Vereniging Martijn en haar werkzaamheid. De nuancering die de Vereniging Martijn beoogt aan te brengen, wordt door de rechtbank, mede in het licht van publieke uitingen van haar huidige voorzitter, aldus begrepen dat de Vereniging Martijn niet méér wil uitdragen dan dat een kind het plezierig kan vinden om seksueel contact te hebben met een volwassene en dat een kind dat contact zelf kan willen. De rechtbank begrijpt verder dat De Vereniging Martijn ook wil uitdragen dat een kind en een volwassene de ruimte moeten kunnen krijgen om een relatie op te bouwen die zich óók mag ontwikkelen tot een seksuele relatie, zolang een kind maar de vrijheid heeft zich uit die relatie terug te trekken en er alleen maar handelingen plaatsvinden die in overeenstemming zijn met de ontwikkeling van het kind.

2.14.  De rechtbank oordeelt dat de werkzaamheid van de Vereniging Martijn, bezien vanuit de onderlinge samenhang en het onderlinge verband van het op de webpagina’s van haar website aangeboden materiaal en haar opvattingen zoals haar bestuursleden die openbaar maken, er blijk van geeft dat de Vereniging Martijn voor haar leden nastreeft om seksueel contact te kunnen hebben met kinderen en de Vereniging Martijn daartoe dat seksuele contact verheerlijkt en voorstelt als iets wat normaal en acceptabel is of zou moeten zijn.
Het is dat streven dat een ernstige inbreuk vormt op de geldende fundamentele waarden binnen onze samenleving en daarom indruist tegen onze rechtsorde. De Vereniging Martijn creëert of draagt daarmee bij aan het bestaan van een subcultuur waarbinnen seksuele handelingen tussen volwassenen en kinderen als normaal en acceptabel gelden. Daarmee tast de Vereniging Martijn de rechten van kinderen aan. De bescherming van de seksuele integriteit van kinderen vormt onmiskenbaar één van de meest wezenlijke beginselen van onze rechtsorde. De Nederlandse rechtsstaat behoort bovendien vanuit internationaal rechtelijk perspectief voor die inbreuk geen ruimte te bieden.

2.15.  De nuancering die de Vereniging ten aanzien van haar werkzaamheid kennelijk wil aanbrengen, doet hieraan niet af. Zo kan niet voorbij worden gegaan aan het onvermogen van kinderen om zich te uiten en een wil te bepalen op een wijze waarop een volwassene geacht mag worden dat wel te kunnen doen. Een kind heeft in het algemeen niet het vermogen zich terug te trekken uit een contact met een volwassene die seksuele wensen openbaart. Kinderen zijn niet weerbaar en kunnen geen of onvoldoende weerstand bieden aan seksuele wensen van een volwassene. Het is niet "natuurlijk" voor een kind om seksueel contact te hebben met een volwassene. Uit het door het Openbaar Ministerie in dit verband geproduceerde materiaal is het de rechtbank bovendien niet gebleken dat er bij een kind een ontwikkelingsfase kan worden aangewezen waarbinnen het normaal is of waarbinnen het past om seksueel contact te hebben met een volwassene, in welke vorm of mate dan ook. Het is (mede) om deze redenen dat zedenwetgeving bestaat waarmee wordt beoogd de seksuele integriteit van kinderen te beschermen.


2.16.  Het voorgaande in onderling verband en samenhang beschouwd, leidt tot het volgende.

De rechtbank stelt voorop dat het uitdragen van in de ogen van velen ongewenste opvattingen op zichzelf genomen geen grond geeft om tot een verbodenverklaring en ontbinding te komen van de Vereniging Martijn.

Het recht van vereniging en het recht van vrije meningsuiting komt toe aan een ieder en daarom ook aan diegenen die seksuele gevoelens voor kinderen hebben.

Dit doet er echter niet aan af dat de werkzaamheid van de Vereniging Martijn inbreuk maakt op de algemeen aanvaarde grondvesten van ons rechtsstelsel en deze werkzaamheid daarom in strijd is met de openbare orde. De rechtbank zal op die grond de Vereniging Martijn verboden verklaren en haar ontbinden.

2.17.  De ontbinding brengt met zich dat het vermogen van de Vereniging Martijn moet worden vereffend. In de verbodenverklaring en de ontbinding ziet de rechtbank aanleiding om een vereffenaar te benoemen, zodat bestuursleden-vereffenaars van rechtswege defungeren.

2.18.  Het verzoek te bepalen dat een eventueel batig saldo toekomt aan de Staat zal de rechtbank afwijzen. Daarvoor is redengevend dat zonder nadere toelichting die het Openbaar Ministerie niet geeft, de rechtbank, mede gelet op wat art. 2:23b lid 1 BW bepaalt, niet begrijpt hoe op voorhand kan worden vastgesteld dat een eventueel batig saldo na de vereffening hoe dan ook moet worden uitgekeerd aan de Staat.

2.19.  De rechtbank zal haar beschikking uitvoerbaar bij voorraad verklaren. Anders dan de Vereniging Martijn bepleit, is geen sprake van een declaratoire uitspraak. Gelet op de te nemen beslissing de Vereniging Martijn verboden te verklaren en te ontbinden op grond van de inbreuk die zij maakt op de openbare orde, valt niet in te zien waarom een in te stellen hoger beroep schorsende werking zou moeten hebben. De rechtbank zal daarom op de voet van wat art. 360 Rv mogelijk maakt, haar beschikking uitvoerbaar bij voorraad verklaren.

2.20.  Het Openbaar Ministerie heeft niet verzocht de Vereniging Martijn in de kosten van deze procedure te veroordelen, zodat ten aanzien van de kosten geen beslissing hoeft te worden genomen.

3.  De beslissing

De rechtbank

verklaart de Vereniging Martijn verboden,

ontbindt de Vereniging Martijn,

benoemt mr. J.J. Reiziger (Trip Advocaten & Notarissen, Postbus 300, 9405 PS in Assen) tot vereffenaar en verstaat dat met die benoeming de bestuursleden-vereffenaars van de Vereniging Martijn van rechtswege defungeren,
benoemt het lid van deze rechtbank mr. A.M.A.M. Kager tot rechter-commissaris ten overstaan van wie, voor zover de rechter-commissaris daarbij betrokken is geweest, de vereffenaar rekening en verantwoording van zijn beheer aflegt,

verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad,

wijst af wat meer of anders is verzocht.

Deze beschikking is gegeven door mr. H. Wolthuis, mr. B.R. Tromp en mr. F. Brekelmans en in het openbaar uitgesproken op 27 juni 2012. 
***

Commentaar

Folkert Jensma (NRC/H.) vestigt de aandacht erop dat deze rechtbank tot “werkzaamheid” ook de woorden die de vereniging schrijft of spreekt, rekent. Een nieuwe en ruime interpretatie.
Of de uitspraak in eventueel hoger beroep overeind blijft is dan ook de vraag. Het juridisch debat in de rechtspraak over de eisen om een vereniging te kunnen verbieden, is nog maar net begonnen.

vrijdag 18 april 2014

Ryanair en de vlieg(on)veiligheid

De twee uitzendingen die KRO’s Brandpunt Reporter uitzond over Ryanair waren niet onrechtmatig. De omroep hoeft de uitzendingen over de gebrekkige veiligheid bij de vliegmaatschappij dan ook niet te rectificeren en van internet te halen. De rechtbank oordeelt dat de beschuldigingen uit het programma over het brandstofbeleid en de bedrijfscultuur van Ryanair voldoende worden gestaafd door het beschikbare feitenmateriaal.
Brandpunt Reporter maakte de uitzendingen na de noodoproepen (fuel mayday call) boven Valencia op 26 juli 2012 van drie vliegtuigen van Ryanair op één dag, die wegens het slechte weer niet konden landen in Madrid en moesten uitwijken. 
In de uitzendingen van 28 december 2012 en 3 januari 2013 kwam aan de orde dat Ryanair vanwege kostenreductie piloten zou aanzetten zo min mogelijk brandstof te tanken. Door de angstcultuur binnen het bedrijf zouden piloten zich hiertegen niet verzetten en werd de vliegveiligheid in gevaar gebracht. In het programma komen vier piloten anoniem aan het woord die deze conclusies in grote lijnen bevestigen. Verder reageren een voormalig gezagvoerder en andere (internationale) deskundigen.
Ryanair ontkende de beschuldigingen, eiste rectificatie en wilde dat de publicaties en de uitzendingen niet meer te zien zouden zijn.
De rechtbank oordeelt dat KRO uitvoerig onderzoek heeft gedaan. De programmamakers hebben met diverse bronnen uit de luchtvaartsector gesproken en een grote hoeveelheid documentatie verzameld. Op grond hiervan mocht KRO de beschuldigingen over de vliegveiligheid uiten. Dat KRO bij de aankondiging en de reportage ook publicitair effect voor ogen had, is op zichzelf niet onrechtmatig jegens Ryanair. De rechtbank heeft niet kunnen vaststellen dat KRO daarbij grenzen heeft overschreden. De uitzendingen hadden betrekking op de veiligheid in de luchtvaart, in het bijzonder bij vluchten met toestellen van Ryanair – een van de grootste luchtvaartmaatschappijen binnen Europa. Het is daarmee een onderwerp van groot publiek belang, waar KRO terecht aandacht aan heeft besteed. 

Bron: rechtbank Amsterdam. ECLI:NL:RBAMS:2014:2003

donderdag 17 april 2014

Kort geding om de hond

Paco, even opletten. Het baasje en het bazinnetje gaan uit elkaar. Een keer blaffen, of grommen als je dat liever doet, als je met het baasje mee wilt, twee keer als je bij het bazinnetje wilt blijven. Goed, dat is duidelijk. Notaris, noteert u dat? Enfin, zo werkt het misschien in een Disneyfilm, maar niet in Overijssel. 
En dus vechten Noortje en Leon uit Hengelo vandaag (13 november) ten overstaan van de Almelose voorzieningenrechter om de bijna vier jaar oude Paco, een Engelse Stafford. Een bulterriërsoort dat zijn oorsprong vindt in het vechten tegen stieren en beren. Noortje en Leon vinden hem een schat.
Eiseres
Nadat hun relatie na zeven jaar deze zomer was verbroken, nam Leon de bulterriër onmiddellijk mee. Geen sprake van, vond Noortje. Ze hadden de hond immers samen gekocht. De twee ex-geliefden kwamen uiteindelijk een omgangsregeling overeen: Leon kon Paco zo nu en dan een dagje ophalen. Eind september kwam Leon de hond weer ophalen, om hem niet meer terug te brengen. “Ondanks vele verzoeken heeft de gedaagde de hond tot op heden niet teruggebracht”, zegt de advocate van Noortje, Dianne Beuving. “De man is bij zijn nieuwe vriendin en zorgt niet eens voor de hond, dat doet zijn moeder.” Hij is volgens Beuving totaal niet in staat of geschikt om voor Paco te zorgen. En zijn reumatische moeder ook niet. Noortje heeft de sterkste rechten, meent advocate Beuving, die de rechter vraagt om de gedaagde te bevelen de hond binnen 24 uur af te geven.
Leon wil de hond hebben, maar kan en wil niet voor hem zorgen, is het betoog van advocate Beuving. Noortje wil en kan wel voor Paco zorgen. “Ik heb met mijn werkgever afgesproken dat ik tussen de middag naar huis kan om hem uit te laten. Ik werk 33 uur en geen veertig uur, dus ik kan er zijn voor Paco”, voegt Noortje eraan toe. “Ik heb er alles voor over. Ik ben ziek van verdriet. Het is onmenselijk dat ik hem niet mag zien.” Rechter Ger Vermeulen begrijpt dat sentiment wel. “Ik heb zelf twee honden. Ik kan mij voorstellen wat het betekent om je hond niet meer te kunnen zien.” Advocate Beuving heeft trouwens ook een hond, net als de advocaat van Leon, Rikus Dontje.
Gedaagde
Advocaat Dontje, eigenaar van een ‘soort van labrador’, houdt de voorzieningenrechter voor dat Noortje niet de enige is die van Paco houdt. Dat doet Leon ook. “Hij wilde vanaf zijn jonge jaren al een Stafford. Zijn vriendin zag dat in het begin niet zitten. Bij slecht weer was ze niet van plan om met Paco te gaan wandelen, was haar waarschuwing toen de hond in januari 2011 werd gekocht”, aldus Dontje. Juist omdat Leon en Noortje veertig uur in de week werkten, werd de afspraak gemaakt dat vooral de moeder van Leon op Paco zou passen. Paco is er dus gewoon thuis, aldus de advocaat. Dat de hond daar nu weer is, wil helemaal niet zeggen dat Leon niet voor de hond wil zorgen. “De hond is bij mijn moeder. Daar woon ik ook, dus is Paco ook bij mij”, aldus de gedaagde. Dat hij vooral bij zijn nieuwe vriendin is, die trouwens ook in de rechtszaal zit, is onzin.
Waarom trouwens een kort geding, vraagt advocaat Dontje zich af. “De partijen moeten nog tot een scheiding komen van de gemeenschappelijke bezittingen. Daartoe behoort ook Paco. De toewijzing van het verzochte leidt tot een onomkeerbare situatie. Paco wordt goed verzorgd bij de moeder van Leon. Het ontbreekt zowel Noortje als Leon aan de praktische mogelijkheden om voor Paco te zorgen. Dus waar is het spoedeisende belang?”
Rechter
Voorzieningenrechter Ger Vermeulen is een hondenliefhebber en dat betaalt zich in klinkende munt uit. Hij begrijpt de liefde voor een dier en hij weet ook dat honden vooral heel loyaal zijn – aan beide baasjes. “Een hond kiest niet.” En dat Paco er echt niet onder lijdt als hij dan weer bij Noortje is en dan weer bij Leon. Hij vindt het alleen maar leuk. En dus stelt de rechter de vraag waarop je kon wachten in de Kort Gedingzaal in de Almelose rechtbank: waarom kunnen de partijen geen aanvaardbare omgangsregeling verzinnen? “Het ligt zo voor de hand. Het maakt Paco niets uit.” Noortje zegt allerlei pogingen te hebben ondernomen. “Maar ik mag Paco niet meer zien.” Leon: “Je bent altijd welkom, zolang ik jou niet hoef te zien. Maar je vraagt het gewoon niet.”
Toch gloort er hoop, want ondanks de verzuurde relatie en het conflict over Paco, zijn de eiseres en de gedaagde niet onhebbelijk tegen elkaar of agressief. Als advocate Beuving opmerkt dat Leon niet alleen niet op Paco past maar ook nog eens verslaafd is, reageert rechter Vermeulen met de opmerking dat hij dat nu niet zo relevant vindt. Een beschuldiging bovendien die Leon ontkent. Om tot een werkbare omgangsregeling te komen, moeten blokkades uit de weg worden geruimd en niet worden opgeworpen, lijkt de rechter te denken.
Rechter Gert Vermeulen schorst de zitting tien minuten voor overleg over een omgangsregeling. Voldoende tijd voor de advocaten om even met hun cliënten te praten. Dat is snel gepiept, waarna de advocaten onderling nog wat zaken regelen. De deuren gaan weer open en snel wordt duidelijk dat beide partijen de omgangsregeling omarmen. 
Uitspraak
Noortje kan Paco vanmiddag al om 18 uur ophalen bij de moeder van Leon en hoeft hem pas over tien dagen terug te brengen. Daarna gaat een ‘om de week’-regime in. “Ik hoop dat hij er ook met de Kerst is”, roept Noortje vreugdevol. “Dat komt later wel”, tempert de rechter haar euforie. Het idee van een maandelijks regime is daarvoor trouwens door de hondenkenner Vermeulen terzijde geschoven. “Dan weet Paco niet meer waar hij aan toe is.”
“En wat moet ik nu doen”, vraagt de voorzieningenrechter zich ten slotte af. Is het kort geding met de door beide partijen geaccepteerde omgangsregeling voor Paco van de baan? Nee, liever niet, antwoordt advocate Beuving. Zij ziet graag dat het kort geding een maand wordt aangehouden. “Dat is ongebruikelijk, maar goed, een kort geding om een hond is dat ook”, glimlacht rechter Vermeulen, die op 13 december van beide partijen wil weten of de omgangsregeling werkt en of Noortje het kort geding intrekt. “Gefeliciteerd allebei. Geniet van Paco”, zijn zijn afsluitende woorden.

 ***
Commentaar
Een handige zet van de rechter: inventariseren wie er allemaal een hond hebben, inclusief hijzelf. Maakt het persoonlijk. Dat 'ontwapent', schept een band. Vergemakkelijkt de acceptatie van de beslissing.

De advocaat van de verdediging gaat er nog steeds vanuit dat de hond tot de boedel behoort die bij echtscheiding verdeeld moet worden. Doet ze dat ook als er kinderen bij betrokken zijn?

Terminologie als 'baasje' en 'bazinnetje' vind ik ook niet heel geslaagd. 

De rechtbankmedewerker die deze samenvatting gemaakt heeft, heeft het niet begrepen op Staffords - ook dat is wel duidelijk.

Virtuositeit: Cyd Charisse (correctie)


woensdag 16 april 2014

Joggen (hoeft niet meer)


Oekraïene en NAVO

Op de top van de NAVO in Boekarest, op 3 april 2008, hebben de regeringsleiders van de NAVO-lidstaten besloten dat Kroatië en Albanië mochten toetreden tot de NAVO. Beide landen werden lid op 1 april 2009.

Lidmaatschap van Macedonië stuitte op een veto van Griekenland, wegens bezwaren van Griekenland tegen de constitutionele naam van Macedonië. 

Ook over Oekraïne en Georgië was er geen consensus. 
De NAVO besluit alleen met unanimiteit. De Verenigde Staten wensten hun lidmaatschap, terwijl een aantal Europese leden tegen was. Lidmaatschap van Georgië werd op de lange baan geschoven, omdat het betrokken is in territoriale conflicten en geen controle heeft over delen van zijn eigen grondgebied. 

De NAVO heeft dus geen verplichtingen aan Oekraïene uit hoofde van het lidmaatschap.

Bron wikipedia

dinsdag 15 april 2014

Kikkerette (vervolg)

 In het bedrijfsrestaurant zie ik alleen schalen met vis en kip. Ik vraag wat er voor de vegetariër is. 
Antwoord: ‘Kikkerette'.
De kok wijst op een schaal met bruine balletjes die eruitzien als bitterballen, of aardappelkroketten.

Ik kijk hem niet begrijpend aan.

Dan zegt hij, langzaam en duidelijk:

'K i k k e r e r w t e n.'
-------------------------------------------------------------------------------------------

Het heeft even geduurd voor me duidelijk is geworden dat 'kikkererwten' niks betekent. Althans niks met 'kikker' te maken heeft. 

Het is weer eens een staaltje van volksetymologie. Dat gebeurt vaak met woorden die niet begrepen worden en vervolgens verbasterd tot "iets (min of meer) begrijpelijks".

.https://onzetaal.nl/taaladvies/advies/kikkererwt

Deze peulvrucht heet eigenlijk keker(erwt). We hebben dit woord – in het Middelnederlands al – ontleend aan het Latijnse cicer(a), dat 'grauwe erwt' betekent. 

Een kikkererwt is dus eigenlijk een 'erwterwt'. Door verkorting van de klinker is keker als kikker gaan klinken.

In het woordenboek te vinden onder: Keker.

dinsdag 8 april 2014

Spaarndam en de Polderbaan



Anne-Gine Goemans
 “Ik beschik over een rijke fantasie en ook mijn omgeving is voor mij een bron van inspiratie. Elf jaar geleden verruilde ik de stad voor het dorp Spaarndam. Overal ganzen, meerkoeten, paling. Grote romantiek. We kregen drie kinderen in ons dijkhuis.

Voor het eerst werd ik me bewust van landschap, wat dat met je doet. Ik zag hoe mijn kinderen genoten van de ruimte om zich heen. Bootje varen, struinen door de polder. Ik raakte gefascineerd door de grond waarop we wonen en dat resulteerde vier jaar geleden in mijn debuutroman Ziekzoekers. 

Voor mijn nieuwe roman liet ik me weer inspireren door m’n omgeving. Ik heb zelf meegemaakt hoe ingrijpend het is als er opeens een vliegroute boven je huis wordt geopend. De beruchte Polderbaan. Het leek alsof er een luchtaanval op ons werd geopend. De opening van deze baan was voor mij een belangrijke drijfveer om Glijvlucht te schrijven.”


Heb je veel onderzoek gedaan voor dit verhaal?
“Ja. Ik werk al twintig jaar als journaliste en ik ben gewend onderzoek en interviews te doen. Ik vind dat een verhaal sterker en geloofwaardiger wordt als het is onderbouwd. Lezers vinden het ook prettig als ze, naast een goed verhaal,  iets meekrijgen. Zo heb ik met veel  bewoners gesproken die op steenworp afstand van landingsbanen wonen, zoals de kettingrokende dame die de stank van kerosine voor lief nam. Het enige dat haar dwars zat, was of de piloten haar konden zien als ze naakt voor het slaapkamerraam stond.”

Uit: interview met Anne-Gine Goeman (op Facebook)
Copyright: http://www.anne-gine.nl/Fotos_anne-gine.html

vrijdag 4 april 2014

Haagse Hondenbescherming

.
· De Haagse Hondenbescherming wenst op haar website N I E T te linken naar de Rashondenwijzer, van stichting Dier en Recht. Een heerlijk staaltje kinnesinne – als het niet zo treurig was. En over de rug van de honden.

· En dan nog dit. Nog tijdens het ‘bewind’ van koningin Beatrix heeft de Hondenbescherming het predicaat ‘Koninklijk’ aangevraagd, en verkregen. Dat hoort bij de Haagse chic. (Chic is Frans en betekent: kak.)

·  Alleen: het Koninklijk Huis heeft geen beste naam in kringen van dierenvrienden. In feite zo slecht dat het ertoe heeft geleid dat de leden van de Dierenbescherming Beatrix hebben gedumpt als beschermvrouwe. Maar voor de Hondenbescherming zijn jacht, bont en vleesconsumptie allemaal geen probleem. Kwestie van gewoon de andere kant uitkijken.

**** 

P.S. De toekenning van het predicaat staat op gespannen voet met het Nederlands staatsrecht omdat het in een Koninklijk Besluit geschiedt, maar niet onder de ministeriële verantwoordelijkheid valt!