De grootste vliegramp in de geschiedenis was
op de luchthaven van Tenerife in
1977: 583 doden, 61 gewonden. Het was een botsing van twee Boeings 747; een van
KLM, gezagvoerder Veldhuyzen van Zanten.
De machine verloor in de lucht een deel van het staartstuk,
waardoor ook de hydraulische systemen uitvielen, en het onbestuurbaar werd. De
piloten wisten het nog een half uur in de lucht te houden, waarbij het in een
zgn. phugoid cyclus, raakte, wat typerend is voor vliegtuigen die alle
hydraulische systemen kwijt zijn. Als volgt:
Uiteindelijk raakte het een bergrand. 520 Mensen kwamen om
het leven. Op miraculeuze wijze overleefden vier inzittenden, onder wie twee
kinderen. Ze zaten allen achterin, waardoor de klap een fractie minder hard
aangekomen was.
Er hadden meer mensen gered kunnen worden, indien de reddingsoperatie beter
gecoördineerd was. Reddingswerkers namen de tijd om af te wachten tot het
daglicht werd…
De oorzaak van de ramp was, tot enige opluchting van de fabrikant,
geen constructiefout maar een reparatiefout – maar wel gemaakt door Boeing monteurs.
Het defect aan de staart kon mede vastgesteld worden aan de hand van een foto
vanaf de grond genomen door een amateurfotograaf.
Het toestel had eerder een mankement aan de staart gehad
door een te steile start, waardoor de staart over de baan sleepte (tail strike).
Het achterste drukschot (foto onder) werd toen ook beschadigd. Het werd gerepareerd met één rij klinknagels in plaats van met twee.
Deze verbinding was uiteindelijk te zwak. Het drukschot zorgt ervoor dat de luchtdruk
in de cabine constant blijft. (De druk in de cabine wordt niet op die van
zeeniveau gehouden maar lager.) Toen dit het begaf ontstond er een
explosieve decompressie, waardoor ook een deel van het staartstuk afbrak.