zaterdag 17 november 2012

De kosten van een boete

Ik heb weer eens ergens zeven km te hard gereden en dat brengt post met zich mee van het Centraal Justitieel Incasso Bureau. Wie geregeld aan het verkeer deelneemt weet dat aan dergelijke boetes niet te ontkomen is. Maar mijn oog valt op de administratiekosten à € 7 die bovenop de boete in rekening gebracht worden. Is dat niet raar? Je krijgt een boete van zoveel euro, en dan komt daar nog eens een bedrag bovenop! Dat is wel een manier om boetes te verhogen.
Ik herinner me dat daarover door een automobilist geprocedeerd is en dat blijkt inderdaad zo te zijn. De procedure is via twee kantongerechten uiteindelijk in hoger beroep beslist door het gerechtshof in Leeuwarden, in juni van dit jaar. Er zitten wat principiële kantjes aan de kwestie. Uit dit arrest het volgende:

Beoordeling van het beroep 
11. Het hoger beroep tegen de beslissing van de kantonrechter te Utrecht van 20 juni 2011 beperkt zich tot de vraag of het bij het opleggen van de administratieve sanctie in rekening brengen van de administratiekosten in strijd is met het recht. Het hof overweegt als volgt. 

12. Bij de Wet van 12 juni 2009 is het wettelijk kader geschapen voor het in rekening brengen van administratiekosten bij administratieve sancties. 
Ingevolge artikel 22, tweede lid, van de Wet Adminstratiefrechtelijke Handhaving Verkeersvoorschriften (WAHV) worden bij of krachtens algemene maatregel van bestuur voorschriften gegeven omtrent de inning van de administratieve sanctie en hebben deze voorschriften in ieder geval betrekking op de plaats en wijze van betaling van de administratieve sanctie, de administratiekosten, de verantwoording van de ontvangen geldbedragen, alsmede op de kosten van verhaal, de invorderingskosten daaronder begrepen. 

Artikel 11a van het Besluit administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften 1994 luidt als volgt: “Degene aan wie een administratieve sanctie wordt opgelegd, is administratiekosten verschuldigd. De omvang van deze kosten wordt bepaald bij ministeriële regeling. Op de betaling van de administratiekosten zijn de artikelen van dit besluit betreffende de betaling van de administratieve sanctie, het toezicht en de verantwoording van de gelden van overeenkomstige toepassing. De administratiekosten worden samen met de administratieve sanctie in rekening gebracht.” 

Artikel 1 van de Regeling van de Staatssecretaris van Justitie van 18 juni 2009, nr. 5600438, houdende vaststelling van de administratiekosten, bedoeld in artikel 11a van het Besluit administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften 1994 (hierna: de Regeling), luidt als volgt: “De administratiekosten, bedoeld in artikel 11a van het Besluit administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften 1994, bedragen per administratieve sanctie € 6.” 

13. Naar het oordeel van het hof berust het samen met de administratieve sanctie in rekening brengen van administratiekosten op een deugdelijke wettelijke grondslag. Niet gebleken is dat de Regeling de door de wet gestelde grenzen overschrijdt. 

14. In zijn door het hof als hoger beroepschrift aangemerkt verweerschrift stelt de betrokkene dat de kantonrechter van de rechtbank Amsterdam op juiste gronden tot zijn oordeel is gekomen. Deze kantonrechter heeft geoordeeld dat de Regeling buiten toepassing moet worden gelaten. Hiertoe heeft de kantonrechter overwogen dat de wetgever als uitgangspunt hanteert dat de kosten van handhaving van wettelijke bepalingen waarin enige gedraging met straf is gesanctioneerd ten laste van de Staat komen en dat de wetgever ten aanzien van administratieve sancties en geldboetes hierop een uitzondering mogelijk heeft gemaakt, terwijl bedoeld uitgangspunt geen uitzondering verdraagt.

Volgens de kantonrechter is het een algemeen beginsel van strafrecht dat de kosten van tenuitvoerlegging van straffen, waaronder mede te verstaan administratieve sancties, bij de overheid liggen en is de regeling van de administratiekosten niet neergelegd in een formele wet. 

15. Anders dan de kantonrechter heeft overwogen, berust de regeling van de administratiekosten op een wet in formele zin. 

Ingevolge artikel 11 van de Wet van 15 mei 1829, houdende algemene bepalingen der wetgeving van het Koninkrijk, moet de rechter volgens de wet recht spreken: hij mag in geen geval de innerlijke waarde of billijkheid der wet beoordelen. 

Nog daargelaten dat ingevolge artikel 2, eerste lid, laatste volzin, van de WAHV voorzieningen van strafrechtelijke of strafvorderlijke aard zijn uitgesloten ingeval een administratiefrechtelijke sanctie wordt opgelegd, kan niet in het Wetboek van Strafrecht, noch in het Wetboek van Strafvordering een bepaling worden gevonden die erop neerkomt dat de invorderingskosten van geldboetes ten laste van de Staat dienen te blijven.
(...)
Het hof stelt vast dat geen wettelijke bepaling in de weg staat aan het in rekening brengen van administratiekosten bij het opleggen van een administratieve sanctie. Het is aan de wetgever om te bepalen in welke gevallen een uitzondering wordt gemaakt op de hoofdregel dat de kosten van tenuitvoerlegging van (strafrechtelijke) sancties ten laste van de Staat komen. 

***
PS. Een aardig detail is nog dat de vereniging 'Auto van de Zaak' verwoede pogingen heeft gedaan zich in dit geding te voegen. Het Hof wijst dat af met de formulering dat al wie belang heeft bij de gevolgen van de uitkomst van een procedure, nog niet tot belanghebbende in een geding gerekend kan worden. 

Geen opmerkingen:

Een reactie posten