zaterdag 12 januari 2013

De handel in honden (1)

GERECHTSHOF ’s-GRAVENHAGE 
Sector Civiel recht 
arrest van 27 november 2012 

inzake 

NEDERLANDSE VERENIGING TOT BESCHERMING VAN DIEREN, 

gevestigd te 's-Gravenhage, 

appellante, 

hierna te noemen: de Dierenbescherming, 

advocaat: mr. K.T.B. Salomons te ’s-Gravenhage, 

tegen 


1. [geïntimeerde sub 1], 

2. [geïntimeerde sub 2], 

3. [...] B.V., 

wonende respectievelijk gevestigd te [plaats], 

geïntimeerden, 

hierna te noemen: [geïntimeerde sub 1], [geïntimeerde sub 2], [geïntimeerde sub 3] en (gezamenlijk) [geïntimeerden], 

advocaat: mr. P.P. Hoyng te Haarlem. 

Het geding 

Beoordeling van het hoger beroep 

(…)

2.  Het hof gaat in deze zaak uit van de volgende feiten. 

[geïntimeerde sub 1] houdt zich bedrijfsmatig bezig met de verkoop van jonge honden. [geïntimeerde sub 1] is enig bestuurder van [geïntimeerde sub 3]. Zijn echtgenote [geïntimeerde sub 2] is full-time medewerkster van [geïntimeerde sub 3].

De enige handelsactiviteit van [geïntimeerde sub 3] is de verkoop van jonge honden (pups) die via Marktplaats te koop worden aangeboden.
[geïntimeerde sub 1] exploiteert voorts in [plaats] een dierenwinkel onder de naam Faunaland [achternaam geïntimeerde sub 1]. [geïntimeerde sub 1] houdt de pups in een aparte ruimte achterin de winkel.

De Dierenbescherming heeft in 2007 [geïntimeerde sub 1] en [geïntimeerde sub 3] gedagvaard in kort geding, en gevorderd – kort gezegd - dat [geïntimeerde sub 1] en [geïntimeerde sub 3] binnen 24 uur na betekening van het kort geding-vonnis de handel in honden zullen staken, op straffe van een dwangsom. De Dierenbescherming heeft aan haar vorderingen, kort gezegd, ten grondslag gelegd dat [geïntimeerde sub 1] en [geïntimeerde sub 3]

*significant veel pups met het Parvovirus en met andere ziektes en gebreken verkopen,
*pups importeren en verkopen uit Oost-Europa die door handelaren op te jonge leeftijd bij hun moeder zijn weggehaald,

en dat [geïntimeerde sub 1] en [geïntimeerde sub 3] aldus onrechtmatig handelen en veel leed aan mens en dier berokkenen door de verkoop van deze pups. In de media, waaronder de televisieprogramma’s Kassa en Radar, is veel aandacht besteed aan de import van pups uit Oost-Europa en de handel in pups door [geïntimeerde sub 1]. 

De voorzieningenrechter in de rechtbank Alkmaar heeft bij vonnis van 24 mei 2007 de vorderingen van de Dierenbescherming voor de duur van vijf jaar toegewezen, en heeft [geïntimeerde sub 1] en [geïntimeerde sub 3] - uitvoerbaar bij voorraad - veroordeeld om binnen 24 uur na betekening van het vonnis gedurende een periode van vijf jaar de handel in honden te staken, op straffe van een dwangsom van € 5.000,- per overtreding. 

3.  De Dierenbescherming heeft het kort geding-vonnis op 25 mei 2007 aan [geïntimeerde sub 1] en [geïntimeerde sub 3] doen betekenen. [geïntimeerde sub 1] en [geïntimeerde sub 3] hebben daarop conform het vonnis de handel in honden gestaakt. 

[geïntimeerde sub 1] en [geïntimeerde sub 3] hebben spoedappel ingesteld van het kort geding-vonnis, waarna het hof Amsterdam bij arrest van 13 december 2007 het kort geding-vonnis van 24 mei 2007 heeft vernietigd, en de vorderingen van de Dierenbescherming alsnog heeft afgewezen.

Het hof Amsterdam heeft in dit verband overwogen dat niet gesteld of gebleken was dat de Landelijke Inspectiedienst Dierenbescherming (LID) en de Algemene Inspectiedienst (AID) naar aanleiding van alle publiciteit en de vele klachten over [geïntimeerde sub 1] en [geïntimeerde sub 3] enige onregelmatigheid heeft/hebben geconstateerd, en dat zonder nader onderzoek, waartoe het kort geding geen ruimte biedt, (de omvang van) het verweten onrechtmatig handelen van [geïntimeerde sub 1] en [geïntimeerde sub 3] niet met voldoende zekerheid kon worden vastgesteld. 
Het hof Amsterdam heeft er op gewezen dat de Dierenbescherming daarvoor is aangewezen op een bodemprocedure. 

4.  Vervolgens hebben [geïntimeerden] de onderhavige procedure tegen de Dierenbescherming aangespannen, waarin zij schadevergoeding vorderen.

[geïntimeerden] leggen hieraan ten eerste ten grondslag dat de Dierenbescherming, gelet op de vernietiging van het kort geding-vonnis door het hof Amsterdam, onrechtmatig jegens hen heeft gehandeld door (te dreigen met) de executie van het kort geding-vonnis.
Ten tweede stellen [geïntimeerden] dat de Dierenbescherming onrechtmatig jegens hen heeft gehandeld door negatieve uitlatingen te doen in de media over [geïntimeerde sub 1] en [geïntimeerde sub 3] en hun handel in jonge hondjes.
[geïntimeerden] vorderen in deze procedure dat de Dierenbescherming wordt veroordeeld tot betaling van de door [geïntimeerden] als gevolg van dit onrechtmatig handelen geleden schade, die zij hebben begroot op € 485.637,60.

De rechtbank heeft de vorderingen van [geïntimeerden], bij gebreke van het (tijdig) voeren van verweer van de zijde van de Dierenbescherming, bij vonnis van 12 januari 2011 integraal toegewezen. Hiertegen is de Dierenbescherming in hoger beroep gekomen. 

5.  ( ) Aan de orde zijn thans nog de twee grieven van de Dierenbescherming tegen het bestreden vonnis van de rechtbank van 12 januari 2011. Deze grieven leggen het geschil in volle omvang aan het hof voor. 

De (on)rechtmatigheid van de (dreiging met) executie van het kort geding-vonnis 

6.  Het hof stelt bij de beoordeling hiervan het volgende voorop. 

In beginsel dient te worden aangenomen dat degene die door dreigen met executie zijn wederpartij heeft gedwongen zich naar een in kort geding gegeven bevel te gedragen, onrechtmatig jegens deze heeft gehandeld wanneer hij, naar achteraf in hoger beroep van het kort geding-vonnis of in een bodemgeschil blijkt, niet het recht had van de wederpartij te vergen dat deze zich overeenkomstig dit bevel gedroeg. Gegeven de aard van het vonnis in kort geding mag voorts ervan worden uitgegaan dat degene die als voormeld met executie dreigde, wist althans behoorde te weten dat hij zijn handelen baseerde op een voorlopige maatregel, zodat de door zijn handelen veroorzaakte schade in beginsel als door zijn schuld veroorzaakt heeft te gelden. 

7.  Vast staat dat het kort geding-vonnis van 24 mei 2007 waarin [geïntimeerde sub 1] en [geïntimeerde sub 3] op straffe van een dwangsom zijn veroordeeld tot het staken van de handel in honden voor een periode van vijf jaar, door de Dierenbescherming op 25 mei 2007 aan [geïntimeerde sub 1] en [geïntimeerde sub 3] is betekend, en vervolgens door het hof Amsterdam (eveneens oordelende in kort geding) in hoger beroep is vernietigd. Dit brengt, overeenkomstig hetgeen hierboven onder 6. is vooropgesteld, in beginsel mee dat de Dierenbescherming onrechtmatig heeft gehandeld jegens [geïntimeerde sub 1] en [geïntimeerde sub 3] door de betekening van het kort geding-vonnis, welke betekening immers de (dreiging met) executie van dit vonnis inhoudt. Hieruit vloeit voort dat de Dierenbescherming in beginsel aansprakelijk is voor de hierdoor bij [geïntimeerde sub 1] en [geïntimeerde sub 3] veroorzaakte schade. 

Het voorgaande is echter anders indien het hof in de onderhavige (bodem)procedure tot het oordeel zou komen dat, gelet op alles wat over en weer is aangevoerd, de door de kort geding-rechter in eerste aanleg gegeven maatregel (een verbod op het handelen in honden voor de periode van vijf jaar, op straffe van een dwangsom) op zijn plaats was, en dat de vernietiging van dit vonnis in kort geding door het hof Amsterdam derhalve onterecht was. 

Dit is echter niet het geval. Het hof overweegt hierover als volgt. 

8.  De Dierenbescherming heeft in de kort geding-procedure, waarvan de processtukken zijn overgelegd in deze procedure, gesteld dat [geïntimeerde sub 1] en [geïntimeerde sub 3] significant veel pups met het Parvovirus en met andere ziektes en gebreken verkopen, dat [geïntimeerde sub 1] en [geïntimeerde sub 3] pups importeren en verkopen uit Oost-Europa die door handelaren op te jonge leeftijd bij hun moeder zijn weggehaald, en dat [geïntimeerde sub 1] en [geïntimeerde sub 3] aldus onrechtmatig handelen en veel leed aan mens en dier berokkenen door de verkoop van deze pups. Zij heeft deze stellingen onderbouwd met een groot aantal producties. Hieruit blijkt onder meer dat bij de Dierenbescherming veel ernstige klachten zijn binnengekomen van kopers over de slechte gezondheidstoestand van een door hen bij [geïntimeerde sub 1]/[geïntimeerde sub 3] gekochte pup. Tevens bevat het dossier opnames van uitzendingen van de consumentenprogramma’s Kassa en Radar, waarin misstanden rond de import van pups uit Oost-Europa in het algemeen, en de verkoop van te jonge en/of zieke pups door [geïntimeerde sub 1]/[geïntimeerde sub 3] aan de orde worden gesteld. Bovendien heeft de Dierenbescherming diverse verklaringen van getuigen overgelegd, die hebben verklaard over onder meer de (te jonge) leeftijd en de (slechte) gezondheidstoestand van de verkochte hondjes.

[geïntimeerde sub 1] en [geïntimeerde sub 3] hebben de stellingen van de Dierenbescherming en de juistheid van de overgelegde producties betwist. 

9.  Het hof is van oordeel dat, indien de stellingen van de Dierenbescherming over de misstanden bij de import van en handel in pups door [geïntimeerde sub 1] en [geïntimeerde sub 3] juist zijn, sprake is van een ernstige situatie die op zichzelf beschouwd het treffen van een maatregel in kort geding rechtvaardigt.
Het hof is echter ook van oordeel dat de door de Dierenbescherming in kort geding gevorderde en door de kort geding-rechter vervolgens getroffen maatregel in deze te vergaand en te algemeen geformuleerd is. 
De maatregel die in kort geding is toegewezen, te weten een verbod voor [geïntimeerde sub 1] en [geïntimeerde sub 3] tot (elke bemoeienis met of betrokkenheid bij) de handel in honden voor de duur van vijf jaar op straffe van een dwangsom van € 5.000,- per overtreding, beperkt zich ten onrechte niet tot eventuele toekomstige onrechtmatige handelingen van [geïntimeerde sub 1] en [geïntimeerde sub 3], maar omvat de volledige handel in honden en elke bemoeienis daarmee of betrokkenheid daarbij.

Aangezien de handel in honden de enige handelsactiviteit is van [geïntimeerde sub 3], betekent de getroffen maatregel feitelijk een einde van die onderneming.

Bovendien brengt de maatregel mee dat [geïntimeerde sub 1] ook niet meer mag handelen in hondjes waarmee niets mis is, waardoor hij in ernstige mate wordt geschaad in zijn (rechtmatige) mogelijkheden tot het genereren van inkomsten.

Het hof is van oordeel dat de kort geding-rechter bij het treffen van een maatregel, welke maatregel naar zijn aard van voorlopige aard is, terughoudend dient te zijn indien aannemelijk is dat dit verbod zal leiden tot definitieve en onomkeerbare gevolgen. Bij het geven van een verbod, op straffe van een dwangsom, ligt het voorts in een zaak als de onderhavige in de rede dit verbod niet te ruim te formuleren maar te beperken tot concrete onrechtmatige handelingen. Het gaat hier immers niet om de situatie waarin gevreesd wordt voor nieuwe onrechtmatige gedragingen in andere, vooralsnog onbekende vormen, in welk geval een ruim, in algemene termen geformuleerd verbod wel aangewezen kan zijn.
Daarbij merkt het hof bovendien op dat het bij de handel in dieren, zoals hier aan de orde, in de eerste plaats de taak van de LID en de AID is om hierop toezicht te houden, deze te controleren en, bij overtreding van de regelgeving, strafrechtelijk of anderszins op te treden.

Gesteld noch gebleken is dat er bij [geïntimeerde sub 1]/[geïntimeerde sub 3] ooit sprake is geweest van het constateren door de LID of de AID van een overtreding die heeft geleid tot ingrijpen. De stelling van de Dierenbescherming dat dit het gevolg is van het feit dat bij de LID en de AID sprake is van onder meer capaciteitsproblemen en gebrek aan expertise, maakt het bovenstaande niet anders. 

10.  In het licht van het bovenstaande acht het hof het door de kort geding-rechter aan [geïntimeerde sub 1] en [geïntimeerde sub 3] opgelegde verbod, ongeacht de juistheid van de door de Dierenbescherming gestelde feiten, te algemeen en verstrekkend en daarmee onjuist. 

Voor zover een verbod op zijn plaats was, had de toewijzing daarvan in kort geding beperkt moeten worden tot een verbod aan [geïntimeerde sub 1] en [geïntimeerde sub 3] tot het verrichten van concrete onrechtmatige handelingen. 

Dit betekent dat ook dit hof, oordelende als bodemrechter, van oordeel is dat het door de kort geding-rechter gegeven verbod niet juist was, zodat de (dreiging met) executie daarvan door de betekening van dit vonnis door de Dierenbescherming onrechtmatig moet worden geacht. De Dierenbescherming is aansprakelijk voor de door [geïntimeerde sub 1] en [geïntimeerde sub 3] dientengevolge geleden schade. 

( )

De (on)rechtmatigheid van de uitlatingen van de Dierenbescherming in de media 

12.  Het hof stelt voorop dat [geïntimeerden] weliswaar vanaf 2006 negatief in de media zijn gekomen, maar dat tussen partijen vast staat dat dit niet uitsluitend het gevolg is geweest van mededelingen van de zijde van de Dierenbescherming. Vast staat dat onder meer sprake is geweest van meerdere krantenartikelen in het Noordhollands Dagblad vanaf maart 2006, van uitzendingen van de consumentenprogramma’s Kassa en Radar, en van meldingen en waarschuwingen door willekeurige derden op internetfora. Voorts stelt het hof vast dat uit de stellingen van de Dierenbescherming en het grote aantal door haar overgelegde producties blijkt dat bij de Dierenbescherming vanaf 2006 veel ernstige klachten zijn binnengekomen van kopers over de slechte gezondheidstoestand van een door hen bij [geïntimeerde sub 1]/[geïntimeerde sub 3] gekochte pup. 

13.  Dat één en ander voor de Dierenbescherming aanleiding is geweest om nader onderzoek te doen en om zich vervolgens zeer kritisch over het handelen van [geïntimeerde sub 1] en [geïntimeerde sub 3] uit te laten, ook in de media, acht het hof niet onrechtmatig. Een organisatie als de Dierenbescherming, die opkomt voor het dierenwelzijn, heeft mede als taak om mogelijke misstanden op dit gebied aan de kaak te stellen. [geïntimeerden] hebben niet gemotiveerd en onderbouwd gesteld dat de uitlatingen van de Dierenbescherming, bijvoorbeeld over het aantal en de ernst van de bij de Dierenbescherming binnengekomen klachten en het (hoge) sterftecijfer onder bij [geïntimeerde sub 1] en [geïntimeerde sub 3] gekochte pups, feitelijk onjuist waren. 

Deze uitlatingen waren bovendien gebaseerd op een naar het oordeel van het hof voldoende degelijk onderzoek van de zijde van de Dierenbescherming en vinden in voldoende mate steun in het feitenmateriaal. Wat betreft het gebruik door de Dierenbescherming van de term “malafide hondenhandel” in dit verband is het hof van oordeel dat deze term, in het licht van de grote hoeveelheid klachten die bij de Dierenbescherming binnen zijn gekomen en de ernst daarvan, niet onnodig grievend, beledigend of anderszins onrechtmatig kan worden geacht. Dat de klachten mogelijk, zoals [geïntimeerden] stellen, voor meerdere interpretatie vatbaar zijn, is onvoldoende voor een ander oordeel. 

14.  Uit het bovenstaande volgt dat naar het oordeel van het hof jegens [geïntimeerden] geen sprake is geweest van onrechtmatige uitlatingen in de media of anderszins van de zijde van de Dierenbescherming. Dit brengt mee dat [geïntimeerden] op dit punt geen schadevergoeding kunnen vorderen van de Dierenbescherming. 


De schade als gevolg van de onrechtmatige executie van het kort geding-vonnis 
15.  Zoals het hof hierboven onder 10. heeft overwogen, hebben [geïntimeerde sub 1] en [geïntimeerde sub 3] recht op vergoeding van de schade die zij hebben geleden als gevolg van de onrechtmatige executie van het kort geding-vonnis door de Dierenbescherming.

Het hof stelt vast dat de omvang van de inkomensschade van [geïntimeerde sub 3] niet nauwkeurig kan worden vastgesteld, en zal deze daarom schatten op de voet van artikel 6:97 BW. 
(…) 

19.  Het hof dient een schatting te maken van de omzet die [geïntimeerde sub 3] zou hebben gehad indien de Dierenbescherming niet onrechtmatig zou hebben gehandeld, dat wil zeggen het kort geding-vonnis niet had betekend. Het hof schat, rekening houdend met goede en kwade kansen, de omzetderving in de periode 25 mei 2007 tot 1 februari 2008 op gemiddeld € 6.000,- per maand. Daarbij heeft het hof rekening gehouden met de lage omzet ten tijde van de betekening van het kort geding-vonnis, en de veel hogere omzet die [geïntimeerde sub 3] in 2008 heeft weten te realiseren. De omzetderving in de periode 25 mei 2007 tot 1 februari 2008 schat het hof derhalve op 8,2 x € 6.000,- = € 49.200,-. 


20.  Blijkens de jaarstukken bedroeg de kostprijs van de omzet in 2007 48,1% en in 2008 56,6%. Het hof acht het redelijk om uit te gaan van een kostprijs van 50%. Bij een omzet van € 49.200,- komt dit neer op een brutomarge van € 24.600,-. 

Op dit bedrag komen nog de bedrijfskosten in mindering. De bedrijfskosten schat het hof, gelet op de cijfers in de jaarstukken, voor de betreffende periode op € 5.000,-. Dit komt neer op een netto bedrijfsresultaat van € 19.600,-. 

( )

25.  Uit het bovenstaande volgt dat de grieven deels terecht zijn voorgedragen. Het hof zal het vonnis van de rechtbank vernietigen, en opnieuw recht doen overeenkomstig hetgeen is overwogen en beslist in dit arrest. Nu partijen over en weer in het ongelijk worden gesteld, zal het hof de proceskosten compenseren, zowel in de eerste aanleg als in hoger beroep. Het verzoek van de Dierenbescherming om [geïntimeerden] in de proceskosten te veroordelen op grond van het feit dat zij rauwelijks hebben gedagvaard, wordt afgewezen aangezien het hof daarvoor geen gronden aanwezig acht. 

Beslissing 

Het hof: 
-  vernietigt het tussen partijen gewezen vonnis van de rechtbank ’s-Gravenhage van 12 januari 2011; 
en opnieuw rechtdoende: 


-  veroordeelt de Dierenbescherming tot vergoeding van de door [geïntimeerde sub 3] geleden schade ad € 19.600,-, te vermeerderen met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf 25 mei 2007 tot de dag der algehele voldoening; 

-  verklaart dit arrest tot zover uitvoerbaar bij voorraad; 

-  compenseert de proceskosten, zowel in eerste aanleg als in hoger beroep, in die zin dat elke partij haar eigen kosten draagt; 
-  veroordeelt [geïntimeerden] tot vergoeding aan de Dierenbescherming van de kosten van de bankgarantie, bestaande uit een bedrag van € 650,- aan behandelingskosten, alsmede een provisie van 1% per jaar over het bedrag van de bankgarantie ad € 590.000,- vanaf 12 april 2011, te vermeerderen met de wettelijke rente over deze kosten vanaf het moment van betaling tot aan de dag der voldoening; 


-  wijst het meer of anders gevorderde af. 


Dit arrest is gewezen door mrs. J.M.Th. van der Hoeven-Oud, A.M. Voorwinden en A.E. Veerman en is uitgesproken ter openbare terechtzitting van 27 november 2012 in aanwezigheid van de griffier. 

woensdag 9 januari 2013

"Het is onze cultuur"


In Indonesië wordt veel gerookt. Dat begint al bij kinderen vanaf twaalf jaar.
De regering heeft er een fatwa tegen afgekondigd, maar dat is niet meer dan een advies en mist kracht van wet.
Sigaretten worden ook veel in kraampjes (warongs) op straat verkocht.
Verslaggeefster Wilma van der Maten spreekt zo’n warongverkoper aan:

“Wat verkoopt u het meest?”
Sigaretten.
“Wat vindt u daar eigenlijk van?”
De verkoper begrijpt amper wat ze bedoelt. Hij zegt:
“Ik rook al van kindsaf aan. Ik moet een gezin onderhouden. En daarbij: HET IS ONZE CULTUUR.”

Grappig, “onze cultuur”.
Zodra het over misstanden gaat –  circus; stierenvechten; hier: roken – wordt gegrepen naar het argument “cultuur”.  Iets abstracts als "cultuur" dient als dekmantel voor verkeerde gewoonten, in sommige gevallen zelfs barbaarsheid.

Rokmode

De vrouw kan moeilijk afstand doen van haar rok. Dat zie je dagelijks om je heen.
Het is nog niet zo heel lang dat de vrouw standaard een lange broek draagt. Ik denk zelfs dat dat pas van na WO II is.
De voorkeur voor de lange broek is gemakkelijk te begrijpen, dat behoeft geen betoog.
De man kent zelfs niet anders.

Het is echter pas sinds enkele jaren dat de rok terug is, d.w.z. gedragen wordt o v e r de broek.
Ik kan er moeilijk aan wennen, blijf het een potsierlijke combinatie vinden.
Het lijkt nog het meest op het constant dragen van een schort.
Vermoedelijk zit de wens erachter toch voor vol aangezien te worden, d.w.z. voor vrouw.

Ik heb nog geen man gezien die dit eigenlijk ook wel een goed idee vindt en het navolgt.
Bijvoorbeeld omdat het zo lekker warm is.
Wie durft?!


Particulier wapenbezit: hobbyjagers

Vragen van het lid Thieme (Partij voor de Dieren) aan de staatssecretaris van Economische Zaken en de minister van Veiligheid en Justitie over gewonden door jachtongelukken.

1. Kent u de berichten ‘Jager raakt wandelaar in gezicht’  en ‘Jager schiet familielid in arm en buik’ ?

2. Kunt u uiteenzetten hoe vaak in de afgelopen vijf jaar in Nederland passanten of andere mensen geraakt zijn door kogels uit jachtgeweren? Zo ja, kunt u specifiek zijn in uw antwoord? Zo nee, waarom niet en bent u bereid hier onderzoek naar in te stellen?

3. Deelt u de mening dat alles gedaan moet worden om ongelukken voortvloeiend uit particulier wapenbezit te voorkomen? Zo nee, waarom niet?

4. Bent u bereid nadere eisen te stellen aan de schietvaardigheid van houders van een jachtakte? Zo nee, waarom niet?  Zo ja, op welke termijn en wijze?

5. Bent u bereid tot beperking van de geldigheidsduur van schietvaardigheidstests voor jagers en het bezit van een jachtakte? Zo nee, waarom niet? Zo ja, op welke termijn en wijze?



***

Commentaar

Het bekendste jachtongeluk trof de Amerikaanse wielrenner - en winnaar van de Tour de France - die in 1987 door zijn zwager werd neergeschoten - tijdens de jacht op kalkoenen.

dinsdag 8 januari 2013

Máxima opnieuw 'Dom Bontje'





Prinses Máxima is in de verkiezing Dom Bontje, dé publieksverkiezing van Bont voor Dieren, met een overgrote meerderheid van de stemmen verkozen tot Dom Bontje 2012. 

De jaarlijkse verkiezing, waarbij dit jaar bijna 20.000 mensen hun stem uitbrachten, is een initiatief van dierenbeschermingsorganisatie Bont voor Dieren en neemt het gebruik van bont door bekend Nederland onder de loep. Nicole van Gemert, directeur van Bont voor Dieren: “Met de verkiezing wil Bont voor Dieren aandacht vragen voor de échte fashion victims: de miljoenen dieren die onder erbarmelijke omstandigheden worden gehouden en enkel voor hun vacht worden gedood.”

Máxima ontving maar liefst 66% van de stemmen. Ze was genomineerd voor de oneervolle titel omdat zij en haar dochter Amalia gezien zijn in jassen met een kraag van wasbeerhondenbont afkomstig van het merk Moscow. Máxima is vóór haar nominatie op de hoogte gebracht dat het echt bont betrof, maar helaas bleef een reactie uit. De overige genomineerden waren Oh Oh Cherso’s Barbie die 25% van de stemmen kreeg en Frans Bauer; hij kreeg 9% van de stemmen.

Het is de tweede keer dat Máxima tot Dom Bontje wordt gekozen. De eerste keer was in 2004. Bont voor Dieren stuurt Máxima een oorkonde en vraagt haar in een brief om in het vervolg af te zien van het dragen van bont. Bont voor Dieren hoopt dat het opnieuw ‘winnen’ van de titel Máxima doet besluiten af te zien van het dragen van bont.

Ook tv-presentatrice Anita Witzier was in eerste instantie genomineerd. De blonde presentatrice was zich destijds niet bewust van het feit dat het echt wasbeerhondenbont betrof. Bont voor Dieren heeft haar nominatie ingetrokken. Bekende Nederlanders als Britt, Yes-R, Robert ten Brink en Nance waren ook aangeschreven als genomineerden voor Dom Bontje 2012, maar gaven direct al aan spijt te hebben van hun keuze om bont te dragen. Bont voor Dieren ziet in de maatschappij een steeds grote weerstand tegen bont. De lijst met bontvrije winkels breidt zich uit en de productie van bont in Nederland is bijna geheel verboden.

Dit jaar droegen alle genomineerden een kraag van wasbeerhondenbont. Dit bont is veelal afkomstig uit Chinese fokkerijen waar de dieren onder erbarmelijke omstandigheden worden gefokt en gedood, enkel voor hun vacht. Wasbeerhonden worden hier anaal geëlektrocuteerd, doodgeslagen of soms zelfs levend gevild om te eindigen als bontkraag. Helaas is de import hiervan nog niet verboden. Nederlandse kledingmerken als Gaastra, Nickelson, Airforce en Moscow gebruiken de vacht van wasbeerhonden als bontkraag voor hun jassen. Wasbeerhonden zijn familie van de hond en staan bekend om hun dikke vacht. In de natuur leven de dieren vooral in een bosrijke omgeving en zijn trouw aan hun partner en familie.

zondag 6 januari 2013

Artsen willen (weer) vuurwerkverbod

Er moet een verbod komen op het afsteken van consumentenvuurwerk. 

Dat vinden de Nederlandse Vereniging voor Plastische Chirurgie (NVPC) en het Oogheelkundig Gezelschap (NOG). "Laat gemeenten maar een vuurwerkshow organiseren", zegt Annekatrien van de Kar van de NVPC. Volgens haar leidt vuurwerk jaarlijks tot grote ellende voor een flinke groep mensen. "We moeten niet willen dat het elk jaar zo gaat", zegt Van de Kar.

Ook oogartsen willen een verbod. Tjeerd de Faber van het Oogziekenhuis in Rotterdam benadrukt dat de afgelopen twee jaarwisselingen in Nederland hebben geleid tot net zoveel ernstig oogletsel als de hele Irak-oorlog bij Amerikaanse militairen.

Uit een rondgang van de NOS bleek gisteren dat er tijdens de afgelopen jaarwisseling meer vuurwerkslachtoffers zijn gevallen dan vorig jaar. Volgens de NVPC gebeurden de meeste ongelukken met illegaal vuurwerk. Het aantal mensen dat met zeer ernstig handletsel op de spoedeisende hulp werd binnengebracht, nam sterk toe.

Volgens plastisch chirurg Van de Kar hebben dit soort verwondingen een enorme impact op het leven van de slachtoffers. Het verlies van een hand betekent ook vaak het verlies van een baan en leidt tot psychische problemen.

zaterdag 5 januari 2013

Vuurwerkslachtoffers


Tijdens de afgelopen jaarwisseling zijn meer vuurwerkslachtoffers gevallen dan vorig jaar. Dat blijkt uit cijfers die de spoedeisende hulpafdelingen van de ziekenhuizen hebben verzameld.
De NOS vroeg alle ziekenhuizen in ons land om gedurende de nieuwjaarsnacht bij te houden hoeveel personen zich op de spoedeisende hulp (SEH) hebben gemeld tussen 31 december 18.00 uur en 1 januari 08.00 uur en hoe het zat met alcoholgebruik en vuurwerkletsel. Van 82 van de 98 SEH 's kregen we antwoord: in totaal zijn 637 personen met vuurwerkletsel behandeld.
Vorig jaar werden in hetzelfde tijdvak 576 vuurwerkslachtoffers geteld in alle SEH's bij elkaar. Het cijfer van nieuwjaarsnacht 2013 is gebaseerd op minder SEH's maar ligt desondanks al tien procent hoger dan in 2012.
Maar liefst 27 spoedposten maken melding van een of meer patiënten met ernstig oogletsel. In het gespecialiseerde Oogziekenhuis in Rotterdam werden rond de jaarwisseling 30 personen met oogletsel binnengebracht. Een aantal van hen zal blind worden aan minstens een oog.

Ook handletsel wordt veel gemeld: sommigen verloren een of meer vingers, vijf mensen moeten zelfs een hele hand missen.
De NVPC (Nederlandse Vereniging voor Plastische Chirurgie) stelt vast dat het aantal vuurwerkslachtoffers met zeer ernstig handletsel sterk is toegenomen. In totaal opereerden de plastisch chirurgen ruim veertig vuurwerkslachtoffers, tegenover 25 vorig jaar. De slachtoffers zijn vrijwel allemaal jongens en mannen, een flink deel (45%) is jonger dan 18 jaar.

De SEH 's hebben ook veel brandwonden behandeld. Vaak ging het dan om brandwonden in het gezicht en aan de handen, maar ook benen, borst en buik worden genoemd. Dertien personen met heel ernstige verwondingen zijn doorgestuurd naar een van de brandwondencentra. Vooral het Rotterdamse brandwondencentrum kreeg veel patiënten (tien) ingestuurd.

De Stichting VeiligheidNL is het niet eens met de conclusie van de NOS dat er meer vuurwerkslachtoffers zijn gevallen dit jaar. Dat is volgens de stichting pas duidelijk als in de derde week van januari het totaalbeeld over de periode van 24 december tot en met 3 januari bekend is.
Voorzitter Cees Meijer: "We meten altijd die periode van tien dagen omdat ook de vuurwerkbommen die buiten de nieuwjaarsnacht afgestoken worden letsel veroorzaken. Vorig jaar werden in die periode 670 vuurwerkslachtoffers geteld. De NOS komt nu op basis van een heel beperkte periode tot 637. Daarmee is nog niet het aantal van vorig jaar overschreden".
De NOS baseert zijn conclusie op het tijdvak van 31 december 18.00 uur tot 1 januari 18.00 uur en telt 637 slachtoffers. Dat is 10 procent meer dan de vergelijkbare periode vorig jaar.

maandag 31 december 2012

Raddraaiers in Europa

Raddraaier znw. m., duikt eerst 1 8  0 7 op als samenstelling van rad + draaier (van draaien). Dus eig. de man, die door het draaien van een rad het bedrijf aan de gang brengt. Houdt niet van een nat pak, zegt de politie.

"Raddraaier" vertaald naar het Duits:
- anführer
- anführerin
- anstifter
- krachmacher
- lärmmacher
- rüpel
- rädelsführer

"Raddraaier" vertaald naar het Engels:
- instigator

"Raddraaier" vertaald naar het Frans:
- bruyant
- instigateur
- meneur
- meneuse
- petit chenapan
- tapageur

"Raddraaier" vertaald naar het Spaans:
- agitador
- agitadora
- alborotador
- causante
- gamberro
- instigador


vrijdag 28 december 2012

De Leeuw





De Leeuw

Wat zijn de sterke klauwen als geen prooi
meer noodt tot slaan, waartoe de fiere tooi?
Het brullen is verkalkte bitterheid,
voor sluwe tegenstanders is de tijd

voorbij, geen die hem nu nog vrezen moet.
De somb' re hartstocht is reeds lang verbloed
en mateloze dromen zijn verdund
tot een smal beeld en hem is slechts vergund

een nutteloze slaap waarin geen kracht
meer dient vergaard om in de blauwe nacht
te heersen zo 't een majesteit betaamt.

Soms staat hij op zijn rots, vier meter hoog,
vat de Plantage Middenlaan in 't oog
en druipt dan af, tot in het merg beschaamd. 

***

Peter van Steen
(1904-1972)

Reserve-onderdelen


In 1989 viel er een Convair uit de lucht, in de Noordzee/Skagerrak bij Denemarken. Geen van de 55 inzittenden overleefde het ongeluk. Het was een gratis reisje die de passagiers, werknemers van een transportbedrijf, was aangeboden door hun bedrijf. 

Een dergelijke crash – mid-air – komt weinig voor. In eerste instantie werd gedacht aan een bomexplosie maar onderzoek sloot die mogelijkheid al gauw uit. Het kon dan nauwelijks aan iets anders liggen dan aan een fout in de constructie dan wel aan het onderhoud daarvan.
Een van de mogelijkheden die onderzocht werd, was het effect op de constructie van de vervanging van beide propellermotoren door krachtiger turbo-aandrijving. De constructie is hier immers niet op gebouwd.
De hoofdoorzaak lag echter elders, t.w. in het gebruik van enkele nagemaakte onderdelen. Deze zijn veel minder sterk en – belangrijk! – veel goedkoper dan de originele.

Dit geeft te denken. Wat betreft het auto-onderhoud zijn merkloze garages veel goedkoper dan die van merkdealers. Dat moet ergens aan liggen. In de vliegtuigindustrie is het gebruik van reserve-onderdelen nu strikt gereglementeerd. Vraag is of dat ook geldt voor het onderhoud van auto’s. 

woensdag 26 december 2012

Niet klagen bij de NOS



Klagen over programma's van de NOS doe je met een formulier. Je vindt het hier.

Men wil daar ook graag de soort reactie weten en biedt daartoe de keus uit:

  • compliment
  • vraag
  • opmerking
  • taal- of tikfout
Ik mis hier 'klacht'. Gevraagd naar de reden dat dat niet vermeld is, is het antwoord:

De NOS heeft bewust gekozen voor het woord opmerking.
De reden is dat een opmerking zowel negatief kan zijn, maar ook positief.

Dit is NOS kromspeak: zowel .......... maar ook.
Dan mag je natuurlijk niet verwachten dat onderscheiden wordt tussen op- en aanmerking.

dinsdag 25 december 2012

Piloot ziet landingsbaan niet

Fokker 100




In Birma zijn twee mensen om het leven gekomen toen een vliegtuig op een weg landde. Door het slechte weer zou de piloot de weg hebben aangezien voor een landingsbaan. Een motorrijder overleefde het incident niet. Ook een meisje van 11, dat in het vliegtuig zat, kwam om.

De Fokker 100 was met 63 passagiers op weg naar Heho, dicht bij de toeristische trekpleister Inlemeer. In het vliegtuig zaten ook buitenlanders. Elf passagiers raakten bij het ongeluk gewond, onder wie een Brit en een Amerikaan.

Volgens de Birmese staatstelevisie kwam het vliegtuig in een rijstveld tot stilstand en vloog het daarna in brand. Luchtvaartmaatschappij Air Bagan zegt dat de piloot per ongeluk op de weg landde. Hij zou in de war zijn geraakt door de dichte mist.

maandag 24 december 2012

Hungry eyes: Patrick Swayze & Jennifer Grey


Veehouders contra Milieudefensie

Reclamecodecommissie
Veehouders contra Milieudefensie

De bestreden reclame-uitingen betreffen een radiocommercial en een filmpje op de website van Milieudefensie (en You Tube) waarin bezwaar wordt gemaakt tegen megastallen.

In de radiospot is Martin Gaus te horen die zegt:

“Ik weet heel goed dat koeien, kippen en varkens in megastallen een verschrikkelijk leven hebben. Dierenmishandeling in het groot. Dat kan niet, dat mag niet. Trek de politiek over de streep. Doe mee met Milieudefensie op dierenindewei.nl. Ik teken, Martin Gaus.”

In het filmpje is Martin Gaus te zien die, met een kip in zijn armen, telefoneert met Kamerlid Dion Graus en zegt:

“Ja, met Martin Gaus. Dag meneer Graus. Hallo.
Ja, ik sta hier met een hele blote kip die een rotleven heeft gehad. Die zit in zogenaamde megastallen. Weet u wel, die slachtkippen. Ja, zeven miljoen per week worden er dood gemaakt. En vandaag een fantastisch moment heb ik begrepen: 1 4 4, red een dier. Dion, dit moet de eerste zijn. En ik hoef niet meer te bellen voor de volgende zeven miljoen? En die megastallen, afschaffen die handel. Okay, doen. Dankjewel. Milieudefensie helpt je een handje mee. Dag.” 

In beeld verschijnt onder meer de oproep “Teken tegen megastallen!”.

De klacht
Er bestaat geen feitelijke of wetenschappelijke onderbouwing voor de bewering in de uitingen dat dieren in megastallen gruwelijk worden mishandeld. 
Het houden van dieren in grote stallen is in Nederland wettelijk toegestaan en mag niet gelijk worden gesteld aan dierenmishandeling. 
Ten onrechte wordt in de uitingen een relatie gelegd tussen het houden van dieren in megastallen en strafbare handelingen door veehouders.

Het verweer
In de uitingen wordt het systeem van megastallen aangeklaagd. De reclamecampagne heeft niet tot doel handelingen van individuele boeren aan de kaak te stellen. 
Er wordt niet gezegd dat dieren in megastallen gruwelijk worden mishandeld. Wel wordt gesteld dat dieren in megastallen een verschrikkelijk c.q. een rotleven hebben, wat door Milieudefensie wordt betiteld als “dierenmishandeling in het groot”. 
Volgens (deels door adverteerder overgelegde) onderzoeken van de Animal Science Group en de EFSA is in de veehouderij sprake van ernstig en langdurig ongerief. Milieudefensie spreekt daarom van dierenleed, ook al wordt aan de wettelijke verplichtingen van de veehouderij voldaan. 
In megastallen, waarin het aantal dieren gemiddeld een factor 3,4 groter is dan in een modale stal, is sprake van dierenleed in het groot, wat door Milieudefensie wordt gekwalificeerd als “dierenmishandeling in het groot”. Hierbij wordt uitgegaan van de betekenis van de term “dierenmishandeling” in het dagelijks spraakgebruik. 
Milieudefensie maakt met deze uitingen gebruik van het grondwettelijke recht op vrijheid tot het verkondigen van een mening.

De mondelinge behandeling 
Het standpunt van adverteerder is nader toegelicht.

Het oordeel van de Commissie
In de bestreden uitingen wordt bij monde van Martin Gaus door Milieudefensie stelling genomen tegen het systeem van megastallen en worden luisteraars en kijkers opgeroepen te tekenen tegen megastallen. 
Het staat Milieudefensie in beginsel vrij haar mening over megastallen te geven en de wijze waarop Milieudefensie dat in de onderhavige reclame-uitingen doet, acht de Commissie n i e t van dien aard dat sprake is van strijd met de Nederlandse Reclame Code (NRC).  
Door Milieudefensie is voldoende onderbouwd dat de leefomstandigheden van dieren in megastallen leiden tot ernstig en langdurig ongerief bij deze dieren. Naar het oordeel van de Commissie overschrijdt de kwalificatie “dierenmishandeling in het groot” die Milieudefensie hieraan geeft, niet de grenzen van het toelaatbare. 
Daarbij speelt een rol dat het in het kader van een maatschappelijk debat, waarin de onderhavige reclamecampagne gevoerd wordt, niet ongebruikelijk is een standpunt in scherpe bewoordingen duidelijk te maken. De Commissie acht voldoende duidelijk dat de uitingen geen beschuldiging inhouden van het plegen van strafbare feiten door individuele veehouders die dieren in megastallen houden.

Gelet op het vorenstaande wordt als volgt beslist.
                    
De beslissing
De Commissie wijst de klacht af.

Veganisme

De e-mails en nieuwsberichten die mij jaarlijks bereiken, waarin het woord ‘veganisme’ voorkomt, zijn niet gering in aantal. Over vegetarisme daarentegen hoor je eigenlijk nooit wat. Het is de dood of de gladiolen, het veganisme en niks anders.

Vanochtend, de dag voor Kerstmis, was ik in het (wijk)winkelcentrum waar het vrij druk was. Het drukst was het bij…...... de slager.
De zaak heeft een middenmaat, niet groot niet klein. Ik telde zeven of acht verkopers achter de balie. Ervoor stonden enige rijen wachtenden. Ik kon mijn ogen haast niet geloven.

Het deed me onmiddellijk denken aan dierproeven. Daar hoor ik nooit iemand over.

Het resultaat lijkt hetzelfde. Of je je er nu wel of niet druk om maakt, het heeft geen effect. Er is geen progressie, eerder regressie.
Het aantal dierproeven is dit jaar weer gestegen. De revolutie is niet uitgebroken, de Dam in Amsterdam staat niet vol mensen.
 ***

N.B. Barend is (slechts) 
vegetariër.

zaterdag 22 december 2012

Willem Aantjes - geen dierenbeul?

Willem Aantjes heeft als christelijke politicus geschiedenis gemaakt, en niet altijd de fraaiste. Inmiddels heeft hij de leeftijd der zeer sterken bereikt: hij nadert de 90.
Men zegt dat de wijsheid met de jaren komt.
Maar dat komt de seniliteit ook.

Voor hem pleit dat hij actief is op een modern medium als twitter. Staat tegenover dat je beter niet kunt lezen wat hij daar meldt. Bij onderstaande tweet zou je misschien nog aan een grapje kunnen denken:

“Kabinet gaat regie voeren over behandeling gestrande zeezoogdieren. Om ervaring op te doen voor behandeling gestrande bootvluchtelingen?”

Totdat je vandaag op zijn ingezonden briefje in Trouw stuit. Daar voegt hij er het volgende aan toe:

”Je hoeft geen dierenbeul te zijn om de aandacht voor de bultrug buiten alle proporties te vinden.  Iedere keer als PVV’er Graus het over de bultrug had, vulde ik voor mezelf gestrande bootvluchteling, asielzoeker of Griek in en zat ik mij plaatsvervangend te schamen.”

Als dit niet van gevorderde seniliteit getuigt, dan is mijn naam geen Barend.

vrijdag 21 december 2012

Hungry Eyes. A Memorial for Patrick Swayze

http://www.youtube.com/watch?v=Mg5etAV2V4s

Patrick Swayze was a trained ballet dancer. 
He had a career as a dancer before he hurt his knees and started acting. 

He started dancing as a little boy in Houston, Texas. His mother was a dancer and dance teacher. In 1972 he trained at the Harkness and Joffrey ballets. Even looking at the way he moves, even though what he does is simplistic in Dirty Dancing, you can see he is a trained dancer.

He was not over-rated but under-utilized.

John Travolta has little dance training but was a natural dancer. Had he had training he would have been a better dancer. He was over rated.

Saevis tranquillus in undis